donderdag 12 februari 2015

2015-02-07 Onderzoek put Enkhuizen verslag

Weer     : Bewolkt, Wind NW 3 bft.
Duikers : Cor, John, Flip, Ilse, Eric, Axel
Oppervlakte: Gerard, Donald en leden van de Hengelsport Vereniging.
Doel     : Onderzoek naar aanwezige leven, bodem en watermonsters nemen.
Duur    :  53 minuten.
Lucht temp  : 4,0 Celsius
Water temp :  1 Celsius minimum.
Max diepte : 3,7 meter.
Gemiddeld diepte ca 2,7 meter
Geschat volume: 97200 m3.
Fauna    : Watervlooien, roeipootkreeftjes, hydra's, visbloedzuigers, zoetwaterkreeften (soort niet gedetermineerd), schildersmosselen, zebramosselen langs de kanten en quagga mosselen op de bodem.
Flora : Slechts enkele takjes, wat mogelijk gewoon gras was.
Verdere typering macrofauna onder aan dit verslag.
Horizontaal zicht : minder dan een meter.
Verticaal doorzicht: 120 cm (Secchi 20 cm diam.) vanaf de kant gemeten. 

Alle foto's 
Filmpje

De Hengelsport vereniging te Enkhuizen had gevraagd of wij eens onder water wilde kijken, omdat ze geen idee hebben, hoe het er onder water uit ziet.
Er was sprake van houten palen die in de tweede wereld oorlog tegen stropers onder water waren geplaatst en er zou een treinstel liggen.  
We prikten vorig jaar al een datum en ik probeerde duikers te regelen die mee wilde helpen.


7 februari was het zover. De weersvoorspelling is nou niet echt rooskleurig want er is ijzel voorspeld, maar op het moment dat we vertrekken is er nog geen vuiltje aan de lucht.
Onderweg miezerde het wel wat, maar gelukkig was er goed gestrooid.
Eenmaal in Enkhuizen worden wij warm verwelkomd met koffie, thee en koek. We kunnen ons overdekt omkleden in het schuurtje waar een terraswarmer staat te branden. Er zijn wat leden van de Hengelsport vereniging gekomen om te kijken, want die zijn reuze benieuwd of de mythes waar zijn.

De visvijver die naast het spoor ligt is 400 meter bij 90 meter groot en is rondom voorzien van een oude beschoeiing. We liepen eerst even een rondje om de plas en uit het riet vliegt een Bokje op met hangende pootjes. Gerard verteld verder over de plas en even later vliegt er ook een winterkoninkje weg vanuit het riet. Aangrenzend aan de plas ligt een doorgaande vaart, waar veel boten door varen. De vaart is verbonden aan de plas en aan de westzijde is weer een verbinding met een sloot langs het spoor. Er is dus een doorstroming mogelijk.
Langs de kanten liggen de resten van zebramosseltjes op de stenen, die door watervogels zijn opgevist en er liggen veel konijnenkeutels. Boven water is er dus leven genoeg.
Hoe het er onder water uitziet is echter een raadsel en daarom gaan we eens een kijkje nemen.
Met zes duikers is het een behoorlijk oppervlak om te bestrijken en we zullen lang niet alles kunnen zien. De kans is dus heel groot dat de aanwezige vissen al lang vertrokken zijn voordat wij ze uberhaupt kunnen zien.

Eenmaal omgekleed lopen we met gevolg naar een instap plek halverwege, want er ligt ook een gedeelte ijs op het water. Het ijs is ongeveer een centimeter dik en ik weet niet of we daar doorheen kunnen komen als we naar boven willen. IJs kan soms verraderlijk taai zijn.
Ilse en Eric gaan duiken samen en nemen wat monster potjes mee. Zij steken de plas dwars over en gaan dan langs de oever naar links. Flip en John gaan direct naar links. Cor en ik gaan op zoek naar het treinstel.

We gaan op de beschoeiing zitten en laten ons in het water zakken. O jee dat is nogal troebel te noemen, maar Cor en ik moeten eerst nog even een stukje zwemmen, want dat is minder erg dan lopen met een zware dubbelset over de modder. we komen aan op de plek waar vermoedelijk het treinstel zou moeten liggen.

Het water is wat geel/groen van kleur en de storm van gisteren heeft de boel aardig omgewoeld.Het zicht is horizontaal minder dan een meter dus dat is wel jammer, maar ja ik had me daar al een beetje op ingesteld. Het is wel lastig, want je kunt je daardoor minder concentreren op het rondkijken, omdat je elkaar niet uit het oog wil verliezen.
Flip is amper te zien,

De kanten lopen steil naar beneden en daar ligt een rand puin. Zodra je een paar meter van de kant bent verwijderd wordt het al snel een slappe pudding van klei. De bruinrode aanslag met kleine kratertjes tekenen het onderwaterlandschap. De bruinrode kleur wordt  mogelijk veroorzaakt door de aanwezige kiezelwieren zoals Surirella die in grote hoeveelheden voorkomt in de bodemmonsters. 
Wat mij direct ook opvalt zijn de sporen over het sediment en dat moeten wel kreeftensporen zijn. Flip en John zijn deze kreeften dan ook op de eerste duik tegengekomen, maar jammer genoeg kunnen we niet bepalen welke soort dat zou kunnen zijn geweest. Ik haal een monsterpotje uit mijn zak en vul deze met een toplaagje van het sediment.
Bruinrode aanslag met kraterjes

Monstername

Licht kreeftenspoor.
Cor neemt ondertussen foto's en ik vraag me af of het met dit zicht nog wat kan worden. Hij heeft bewust voor de kleine domeport gekozen, om dichterbij het onderwerp te kunnen komen. 

Ik laat de hoop een beetje varen om vis tegen te komen, maar er is evengoed genoeg ander spul te zien. Kleine oases van losse plantwortels trekken hydra's aan, maar ik zie ook quagga mosselen. "Deze mosselen uit het Kaspische gebied verspreiden zich wereldwijd" Er liggen echter op de zachte bodem slechts enkele losse exemplaren. De zwanenmossel of schildersmossel kom ik vaker tegen en nog levende exemplaren ook. Sommigen liggen diep in het sediment, met alleen de sifon er net bovenuit stekend.
Links de quaggamossel uit de put en rechts de zebramossel uit de H'meerse bosplas

Losse plantwortels.
De maximale diepte die wij meten is 2,7 meter, maar Ilse en Eric hebben 3,7 meter gemeten. 
We komen even boven water om even te orienteren. We zitten in het midden en we zwemmen schuin naar de kant toe. Om hier een treinstel tegen te komen is een spannend idee, maar zo'n groot ding kun je niet gauw over het hoofd zien toch?. Onderweg komen we twee speervormige uitsteeksels tegen. Ze voelen hard en stevig aan en na wat foto's maak ik een van de uitsteeksels schoon. Het is een houten staak, wat wel het restant moet zijn van de vele palen die hier gestaan hebben en tijdens de tweede duik kom ik meerdere tegen. Deze mythe klopt dus.

Houten uitsteeksels.

Roeipootkreeft

Detail opname van de houten staak.


Mosselkreeft < 1 mm.
Watervlo



Als we boven komen krijgen direct de vraag; Hebben jullie vis gezien of het treinstel?
Helaas niet, maar wel kreeften geven John en Flip aan.
Ilse en Eric hebben watermonsters en sediment monsters genomen en vertellen dat ze vooral veel watervlooien en roeipootkreeftjes hebben gezien. Hun maximale diepte 3,7 meter.



Na de eerste duik krijgen we een heerlijke lunch aangeboden en we vertellen wat we wel hebben gezien. Het valt qua vis erg tegen, maar er is toch veel meer dan het blote oog laat zien, echter kun je dat niet aan de haak slaan natuurlijk.

Het is lekker warm in het gebouwtje, maar we willen toch nog even een tweede keer duiken.
We worden in de watten gelegd, maar we moeten nu toch echt weer aan de slag mannen!
Ilse en Eric en Cor hebben nog andere afspraken en we nemen afscheid. 
John, Flip en ik gaan voor een tweede duik. Gerard geeft mij een pvc buis aan en ik druk deze in de kleibodem. Ik kom echter toch niet zo diep als dat ik dacht. Iets van een 20 cm.
Ik geef de buis weer terug en John, Flip en ik duiken onder. In de oostelijke hoek waar nog wat ijs ligt is het minder diep en ik ontwaar een soort ligplek die circa 30 cm lang is. Zou er dan toch vis zitten? Ik kijk op en Flip is weg. Ik schijn in de rond met met 2200 lumen lamp, maar dat verstrooid compleet in dit troebele water. Dan voel ik iets tegen mijn vinnen aan zwemmen. Ik tik John aan en zeg in gedachte "Ik heb hem weer GEVONDEN hoor John!" 
John en ik hebben geen woorden nodig om elkaar te begrijpen, want we duiken al tijden samen. We draaien wat rond en hergroeperen weer. In dit stuk is het zicht minder dan een halve meter. 
Ik maak film opnames, maar het frequente omkijken naar je buddies maken de opnamen onrustig. In de waterkolom zie ik watervlooien en roeipootkreeftjes bij de vleet. Goed dat Ilse mij daar op attendeerde. Dit water zit vol leven, wat een perfecte voedingsbodem is voor vis en toch is er weinig vis te zien....wellicht mede omdat het zicht te wensen overlaat .

Dan zie ik ineens een afdaling, zou het dan toch echt dieper zijn? Vol enthousiasme sein ik mijn buddies mij te volgen, maar het is slechts een kuiltje van een meter in het rond. 
Als je bij de rand bent zie je de andere kant van de kuil niet eens.
John had het al wat koud en dus gaan we maar weer eens richting de kant. Ik duw mijn hand in het sediment en zonder moeite druk ik mijn hand er in. Het zuigt overigens redelijk vast en ik trek mijn hand er weer uit. Lichte grijze klei blijft aan mijn handschoen plakken.
In de H'meerse bosplas is het sediment juist weer donkergrijs.

Later zal blijken hoeveel leven er in dat sediment zit en wat er zich allemaal hecht op een bosje verhoute plantwortels.
Na de duik worden we getrakteerd op een fantastisch maal bij het eetcafe "Het ken net"
Het weer mag dan wel somber zijn, maar de sfeer is alles behalve somber te noemen.

We praten over vissen en de plas en voor we het weten verstrijkt de tijd. We horen mooie verhalen over karpers die de staarten om objecten slaan om zich vast te zetten.

Ik kon niet wachten om de monsters onder de microscoop te leggen.
Macro en microfauna verteld veel over de voedingsgraad van een plas of vijver.
Op internet vond ik een artikel om het grof te kunnen bepalen, want het is dan slechts een indicatie. Er zijn ook meer verfijnde methodes, maar daar heb ik nog te weinig kennis voor.
Deze analyse is ook niet gedaan volgens officiele methoden, maar geeft wel een beetje beeld van de huidige omstandigheden. Ik ben geen bioloog of specialist, maar ik probeer steeds meer kennis te vergaren door dit soort onderzoeken te doen en krijg met te tijd er steeds meer inzicht in. Dat maakt het ook zo leuk.

Saprobie  S graad te berekenen.
Er zijn een aantal groepen waarin organismen vallen die belangrijk zijn om te bepalen in hoeverre een plas verontreinigd is. Het gaat erom hoeveel soorten je telt, zonder werkelijk de afzonderlijke soorten te hoeven kennen. De groepen zijn makkelijker te bepalen.

We hebben A = trilhaardiertjes, B = zweepdiertjes, C = Bolvormige groenwieren en kiezelwieren, D = sieralgen.

Ik tel totaal A = 2 soorten, B = 1 soort, C = 17 soorten, D = 3 soorten
Formule S waarde = 3D + C - B - 3A / A+B+C+D
Ik kom dan uit op 0,8 = matig verontreinigd.

Als ik echter nog wat individuele organismen bekijk die voorkomen dan valt het water met deze temperaturen onder een zogenaamde "bms 2" classificering oftewel "beta mesasoprob"  Water kwaliteit is daarvan goed te noemen, maar kan mogelijk snel omslaan naar kritisch als het water warmer wordt. Het zuurstof gehalte zou dan rond de 4 mg/L kunnen komen en dat is een kritische grens voor de meeste vissen. Er zijn vissoorten die een zuurstofarm milieu (tijdelijk) kunnen overleven, maar bijvoorbeeld een spiegelkarper zou minimaal 4,5 mg/L nodig hebben volgens het kennisdocument Sportvisserijnederland.

Waterchemische analyse door H. van Goor http://onderwaterfauna.nl/
Ideale waarden op basis van aquariumstandaarden is dient slechts als grove indicatie voor buitenwater

Waarden gemeten bij 19 graden celsius.

Geleidbaarheid   0,781 ms/cm (zoutgehalte) 

PH                     8,19 (Basisch)
NO2                   0,05 mg/L (Nitriet ideaal (zo laag mogelijk)
NO3                   0,5 mg/L (Nitraat max 20)
NH3/4                0,05 mg/L (Ammoniak ideaal is 0.) 
PO4                   1,2 mg/L  Fosfaat ideaal lager dan 0,5)
Fe                      0,02 mg/L (ideaal tussen 0,5-1)
DO                     5,6 mg/L opgeloste zuurstof gehalte (ideaal boven de 4)
CO2                   1,26 mg/L (Koolzuur ideaal tussen de 10- 40)
KH                     7 DH (Carbonaat Hardheid ideaal tussen 5-10) 
GH                     14 DH (Algehele hardheid ideaal tussen 7-13)

Wat opvalt is dat het fosfaat gehalte aan de hoge kant is.
De troebelheid is mede te danken aan de klei die is suspensie is geraakt door de harde wind de dagen ervoor.

Eigenlijk dienen we nog monsters te vergaren in april/mei en augustus, wanneer de watertemperaturen over het algemeen het hoogst zijn. Er zijn zo veel factoren die meespelen, maar het kan van waarde zijn als men ongeveer weet welke vissoort de hoogste kans van slagen heeft in deze plas, die ook nog interessant genoeg is voor een hengelsport vereniging.

Ik wil Cor bedanken dat hij ondanks het slechte zicht toch nog foto's heeft kunnen maken. John, Flip , Eric en Ilse bedankt voor jullie enthousiasme en hulp. Speciale dank aan de HsV Ons Genoegen te Enkhuizen voor de gastvrijheid en uitmuntende verzorging.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen